Kunnen satellietbeelden en drones ook worden ingezet om kadavers te vinden die zijn begraven? En om nesten van schadelijke organismen en zieke bomen op te sporen? Senior inspecteur Rob Broekman beantwoordt deze vraag met een volmondig 'ja'. "Na eerdere succesvolle experimenten met drones, hebben we in 2018 weer aan nieuwe stappen en toepassingsgebieden gewerkt. Ook deze acties laten zien dat we met digitaal toezicht ons werk nog beter kunnen doen."

Rob Broekman, senior inspecteur

Zo voerde de NVWA in 2018 een onderzoek uit bij een boerenbedrijf dat de afgelopen jaren dode dieren had begraven op een perceel van drie tot 4 hectare. Dat is illegaal en verboden. Om verspreiding van ziektes te voorkomen moeten kadavers worden vernietigd door Rendac. Dat kost uiteraard geld, dat de boer op deze manier echter probeerde uit te sparen. Broekman: 'Normaliter deden onze inspecteurs dit onderzoek lopend met een prikstok. Dat is natuurlijk heel arbeidsintensief en bijna ondoenlijk in grote gebieden als dit. Daarom onderzochten we of de kadavers ook met drones konden worden opgespoord." Om dat voor elkaar te krijgen zocht Broekman contact met partners binnen en buiten de NVWA. Dat leidde tot een actie samen met dierenartsen en inspecteurs van de NVWA, forensisch deskundigen en stagiairs van de Saxion Hogeschool, de politie, een archeoloog met grondrader en twee dronepiloten. Broekman: 'Met sensoren onder de drones zochten we het perceel af op opvallende vegetatie, grondverstoringen en zichtbaarheid van botten. Dat leverde resultaat op: we vonden inderdaad kadavers en botresten verspreid over het perceel. De boer moest vervolgens alle kadavers en botresten verzamelen en op zijn kosten door Rendac af laten voeren." Voor de NVWA betekent dit winst: de prikstok verdwijnt en wordt vervangen door het werken met drones.

Lex Tervelde, inspecteur

Dat drones helpen bij het toezicht beaamt ook Lex Tervelde, inspecteur bij de afdeling Plant, vis, EU en natuur van de NVWA. "We kregen in 2018 een melding van een imker uit Spijkenisse over een Aziatische Hoornaar. Dat is een wespensoort die tot de quarantaine-organismen behoort die we in Europa niet willen hebben. En al helemaal niet omdat deze hoornaars honingbijen doden als voedsel voor hun larven. Wat de hoornaars doen, is dat ze de bij eerst 'plukken' en met de rest rechtstreeks naar hun larven in het nest vliegen. Om de locatie van het nest te bepalen brengen we dan in kaart in welke richtingen ze vliegen. Want we weten dat ze een actieradius van ongeveer 1.500 meter hebben. Op die manier maken we een kruispeiling en weten we ongeveer waar het nest zich bevindt." Dat gebeurde ook in dit geval. Duidelijk was dat het nest zich bevond in een parkje. Tervelde: "Hoewel we de locatie dus wel ongeveer hadden bepaald, konden we het vanaf de grond niet vinden. Toen een drone werd ingezet hadden we het nest vrij snel gevonden. Het zat bijna op de plek die wij hadden gelokaliseerd, heel hoog in een boom, op zo'n 24 meter. En hoewel we met zijn vieren diezelfde boom vanuit diverse standpunten hadden bekeken met verrekijkers, hadden wij het nest niet gezien, ook omdat het in de kruin zat verstopt. Zonder de drone hadden we het nest dus niet gevonden." Tervelde merkt wel op dat het bij het inzetten van drones voor dit werk belangrijk is om de locatie ongeveer te hebben bepaald. "Om zo'n nest op te sporen moet de drone het gebied heel nauwkeurig afzoeken. Bij een actieradius van 1.500 meter praat je al snel over enkele vierkante kilometers en dat is zonder nadere bepaling onbegonnen werk."

"We kunnen sneller detecteren en sneller ingrijpen."

In 2018 zijn nieuwe technieken als satellieten en drones ook gebruikt om ervoor te zorgen dat inspecties van specifieke boomsoorten risicogerichter kunnen plaatsvinden. De NVWA heeft als wettelijke taak het weren, monitoren en bestrijden van schadelijke organismen die in Nederland (nog) niet voorkomen. De schimmel Gibberella circinata, is een potentiƫle bedreiging voor bepaalde naaldboomsoorten. Om introductie en verspreiding te voorkomen moeten alle EU-lidstaten monitoringsactiviteiten uitvoeren. Broekman: "Met satellietbeelden, bosstatistieken en eigen data hebben we heel Nederland op de naaldboomsoorten Pinus en Pseudotsuga gescand. Dat zorgde er voor dat de inspecteurs weten waar deze bomen zich bevinden en hun controles dus gerichter kunnen uitvoeren. Vervolgens hebben we op deze geselecteerde gebieden een pilot uitgevoerd door een aantal percelen met minder vitale of zieke bomen te scannen en digitaal in kaart te brengen. Op die manier kan de inspecteur informatie krijgen over specifieke bomen met een precieze locatie binnen het gebied, die hij vervolgens kan inspecteren." De resultaten van de pilot zijn veelbelovend en dit krijgt in 2019 dan ook een vervolg. Broekman: "Het gebruik van deze technieken maakt dat we dit werk effectiever kunnen doen. We kunnen sneller detecteren en sneller ingrijpen. Bovendien zullen we met het gebruik van beeldherkenning en 'machine-learning' ook steeds beter in staat zijn om ziekten te herkennen."