Soms ligt het werk van de NVWA onder het vergrootglas. Dat geldt zeker voor het toezicht op dierenwelzijn. Daarbij gaat veel goed, maar soms klinkt er ook kritiek. Bijvoorbeeld omdat mensen vinden dat de NVWA eerder of harder had moeten optreden. Els Meerdink, toezichthoudend dierenarts uit het Dierenwelzijnsteam: "Ik snap dat. Want het gaat dan vaak om omstandigheden die niemand graag ziet. Wat veel mensen echter niet weten, is dat wij alleen toezicht kunnen houden binnen de grenzen van de wet én dat we binnen die grenzen met elkaar het maximale proberen te doen."

Els Meerdink, toezichthoudend dierenarts

Om te illustreren hoe de NVWA dat doet, vertelt Meerdink over een zaak uit 2018, die al 2 jaar eerder begon. "In januari 2016 gingen we op inspectie bij een veehouder. Dat gebeurde samen met de politie, omdat deze veehouder ons bij een eerdere inspectie niet had toegelaten en ons intimiderend had bejegend. Tijdens deze inspectie troffen we zijn melkkoeien in slechte omstandigheden aan. Zo waren de stallen slecht onderhouden, met te smalle loopgangen en doodlopende stukken wat de bewegingsruimte van de koeien beperkte. Er was ook onvoldoende voerruimte en voer was niet vrij beschikbaar voor de dieren. Verder was de hygiëne slecht. Er stond mest boven de mestroosters en kalveren liepen in de voergangen waarop ze mestten en urineerden. Daardoor was er risico op bezoedeling van het voer. Er waren bovendien 42 melkkoeien op stal en slechts 36 ligboxen, waarvan er 5 bezet waren door kalveren. Er waren dus 11 koeien die geen droge en schone plekken hadden om te liggen. Tijdens de inspectie vertoonden veel dieren tekenen van kreupelheid. In de stal voor het jongvee was het niet veel beter. Sommige dieren stonden in bevuild strooisel en een aantal dieren had geen toegang tot voldoende drinkwater." Ook stond er een rund in een hok dat een poot ontlastte, waarschijnlijk doordat het zich had verwond aan losliggende buizen en een hek in zijn hok.

Op basis van deze inspectie en de overtredingen die waren aangetroffen, legde de NVWA de veehouder conform de regels een zogenoemde ‘last onder bestuursdwang’ op. Bas Kleijs, jurist "Dat is geen boete, maar een maatregel die er op is gericht om de overtreder in staat te stellen de overtreding te beëindigen. Als de overtreder dat niet doet, dan doen wij het en verhalen we de kosten op hem." In dit geval beschreef deze maatregel dat de veehouder moest zorgen voor voldoende en toegankelijk vers en schoon drinkwater, voor het schoonmaken en opnieuw inrichten van de voergang, voor het aanpassen van de stallen en hokken en voor het houden van maximaal 36 dieren in zijn ligboxenstal, zodat het aantal dieren in overeenstemming was met het aantal beschikbare ligplaatsen.

Begin april 2016 gingen Meerdink en haar collega’s op her-controle bij het bedrijf. De situatie was iets verbeterd in de zin dat er nu voldoende vers en schoon drinkwater was en dat de dieren in de jongveestal droog konden liggen. Dat was niet het geval in de ligboxenstal, waar er nog steeds een overbezetting van 5 dieren was. Ook andere zaken bleken niet opgelost. Meerdink: "We zagen bijvoorbeeld dat er nog steeds kalveren over de voergang liepen en zo het voer met mest en urine konden bezoedelen, dat er mest op het voer lag en we roken een sterke rottingsgeur aan het voer. Ook zagen we een kreupel rund in een hok staan, waarin nog steeds losse buizen en een hek lagen, net als bij de vorige inspectie." Daarop werd besloten om de last onder bestuursdwang uit te voeren. Kleijs: "In onze opdracht en voor rekening van de veehouder is toen de stal schoongemaakt en zijn de kalveren gehuisvest in een stro-hok, zodat ze zich niet meer op de voergang konden begeven. Het hok met het rund is aangepast zodat het geen verwondingen meer kon oplopen."

Een punt waar op dat moment niet op kon worden ingegrepen was het feit dat er bij de her-controle nog 40 volwassen runderen werden gehouden, terwijl er nu 35 ligboxen beschikbaar waren. Annika Voogt, inspecteur Expertise Dier: "In de Nederlandse wetgeving is bepaald dat de houder dieren de nodige zorg moet verschaffen. Hieronder valt ook huisvesting zoals het voldoende ruimte bieden voor de fysiologische en ethologische behoeften van de dieren. Dat houdt in dat een dier voldoende ruimte moet hebben voor soort-specifiek, natuurlijk en sociaal gedrag, waaronder interactie met soortgenoten. Maar dat is in het Besluit geformuleerd als een zogenoemd wettelijk 'doelvoorschrift', wat betekent dat de houder de ruimte krijgt om zelf middelen te kiezen om dat doel te bereiken. Dat betekende dat wij als toezichthouder moesten bewijzen dat de veehouder dit voorschrift had overtreden".

Er was dus werk aan de winkel voor Voogt, Meerdink en Kleijs. Voogt: "Op basis van een eerdere zaak waren we al bezig om onderbouwing te leveren voor overbezetting op basis van aanvaarde resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Dat deden we met een projectgroep met mensen van de afdeling Expertise, de inspectieteams en juristen. Dat kostte veel tijd en was niet altijd makkelijk, want ieder heeft vanuit zijn discipline een eigen perspectief op zo'n zaak. Zo kijkt een jurist bijvoorbeeld anders, dan een dierenarts. Maar het was wel nodig om tot een gedegen onderbouwing te komen. We zijn begonnen met het verzamelen van de inzichten op basis van wetenschappelijk onderzoek. Dat is kritisch beoordeeld en aangevuld door twee dierenartsen uit het Dierenwelzijnsteam." Meerdink: "Daarbij is ook expertise van de Universiteit Utrecht ingeschakeld, waaruit een deskundigenverklaring volgde."

Met het resultaat kon de NVWA aantonen dat in dit geval de slechte omstandigheden in combinatie met de overbezetting in de stal extra gezondheidsrisico's voor de runderen met zich meebracht. Bijvoorbeeld op kreupelheid, huidirritaties, verhoogde infectiedruk en verdringing door competitie voor voer. Meerdink: "Runderen zijn van nature kuddedieren. Het gedrag in een kudde bestaat uit sociale interacties, het afstemmen van gedrag op elkaar en een rangorde. Wat je ziet is dat het natuurlijke gedrag van koeien sterk is gesynchroniseerd; ze eten, drinken herkauwen en rusten bij voorkeur gelijktijdig. Bij voldoende ruimte gaan dieren die lager in de rangorde staan, dieren die hoger in rang zijn zoveel mogelijk uit de weg, maar hebben dan toch toegang tot voer en ligplekken. Als er echter te weinig ruimte is, hebben de dieren lager in rangorde minder kans op voer- of ligplekken en dan komen confrontaties tussen dieren vaker voor. Verder liggen runderen gemiddeld tussen de 8 en 14 uur per dag. Als ze daar geen ruimte voor hebben, leidt dat tot meer staan en daardoor vaak tot meer kreupelheid. Tijdens onze inspectie hadden we inderdaad ook heel veel dieren aangetroffen met tekenen van kreupelheid."

"Het is belangrijk dat runderen ook in de stal hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen."

Op basis van deze onderbouwing deed de rechter uiteindelijk in december 2018 uitspraak, waarbij de NVWA in het gelijk werd gesteld. Kleijs: "Daarbij heeft het ook zeker geholpen dat Els als dierenarts voor de rechter heel duidelijk heeft kunnen maken hoe belangrijk het is dat runderen ook in de stal hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen." De uitspraak heeft ook duidelijk effect gehad. Meerdink: "Uit her-controles blijkt dat de veehouder een aantal dieren heeft verkocht en dat de omstandigheden in zijn stallen zijn verbeterd".