Openbaar maken van onderzoeksresultaten houdt de NVWA scherp

De NVWA houdt toezicht op de veiligheid van non-foodproducten. Dat is geen nieuws. Wél nieuws is dat de onderzoeken naar die veiligheid vorig jaar voor iedereen te lezen waren. "Deze aanpak heeft heel veel voordelen."

Tot voor kort was publicatie van onderzoeksresultaten naar (on)veiligheid van producten bij de NVWA niet aan de orde. Dat had te maken met vooral juridische problemen. Producenten mogen natuurlijk niet onevenredig benadeeld worden. Maar ongemakkelijk was het wel. De consument heeft immers weinig aan een algemeen oordeel van het genre 'kinderstoeltjes deugen vaak niet'; hij wil weten welke merken de veiligheidstesten doorstaan hebben en welke niet. De consumenten wil een 'handelingsperspectief', zoals dat heet binnen de NVWA-burelen.

In 2016 maakte de NVWA de onderzoeken naar 7 producten openbaar: grote kookbranders, schadelijke stoffen in babylotions en -crèmes, rolgordijnen en jaloezieën, bellenblaas, oordoppen, USB-laders en wensballonnen.

Waren dit de meest onveilige producten die er in Nederland te koop zijn? Marijn Colijn, die binnen de NVWA verantwoordelijk is voor de selectie van te onderzoeken producten: "Wij krijgen signalen binnen van consumenten over producten waar iets mee aan de hand is. Het komt ook voor dat we signalen krijgen van buitenlandse zusterorganisaties. Als een wensballon in Duitsland gevaar oplevert, zou dat ook kunnen gelden voor de Nederlandse markt. Op basis van dergelijke signalen én onze eigen kennis uit de handhaving stellen we ons lijstje met producten op die we gaan onderzoeken."

Het openbaar maken van onderzoeksresultaten vergt grondige voorbereiding. Liane Lammers heeft zich daar vorig jaar intensief mee beziggehouden. "De opzet van een productonderzoek delen we met de buitenwereld, zodat iedereen weet hoe we ons onderzoek inrichten. De makers of importeurs van de producten kunnen reageren. Nee hoor, dat leidt niet tot oeverloze discussies. Ze hebben eerder aanvullingen: dit of dat zou je ook aan het product kunnen onderzoeken. Heel nuttig."

Nieuw is ook dat de NVWA zich niet beperkt tot de matig presterende merken van een bepaald product. Een zo breed mogelijk palet wordt onderzocht. "Dan weet de consument welk merk hij uit het oogpunt van veiligheid beter kan mijden en welk merk hij zonder problemen kan kopen."

De resultaten van een productonderzoek verschijnen met een kleurencode: groen (voldoet aan de veiligheidseisen), geel (beperkt risico; verkoop wordt verboden) en rood (verkoop wordt verboden; product terugbrengen of niet meer gebruiken). Liane Lammers: "De code geel kan diverse redenen hebben. We kwamen producten tegen waarbij de veiligheidsinstructies onvoldoende waren, dusdanig dat er een veiligheidsrisico bestaat. Maar als je dat als consument weet, dan hoef je dat product niet per definitie weg te gooien. "

Voor publicatie krijgen de betrokken ondernemers nog de gelegenheid bezwaar te maken of een reactie te geven. Ook die reactie publiceert de NVWA. Dat is een wettelijke verplichting.

Marijn Colijn en Liane Lammers zijn heel tevreden over hun nieuwe aanpak. "Het biedt duidelijkheid voor de consument én ons werk krijgt veel meer aandacht in de media. Door die media-aandacht wordt de consument meer bewust van veiligheidsaspecten van producten. Daardoor zal hij beter zelf kiezen en zijn spullen bijvoorbeeld minder snel bij een willekeurige webshop aanschaffen."

Er is nog een opmerkelijk effect van de politiek van openheid. Liane Lammers: "De kwaliteit van ons werk is sterk omhooggegaan. Iedereen kijkt mee met wat je doet. Zo'n vorm van transparantie vergt dat ons werk goed op orde is. Dat is winst. Door de openheid zijn we nóg trotser op ons werk geworden."

Productveiligheid in Nederland

Het gaat best goed met de veiligheid van de non-foodconsumentenproducten in Nederland. Dat bleek vorig jaar uit het rapport De staat van productveiligheid, een NVWA-uitgave waarin alle beschikbare kennis op een rijtje is gezet.

Best goed - welke maatstaf gebruik je daarvoor? Er is gekeken naar ongevallen met producten in Nederland. De ongevallenstatistieken vertellen overigens niet alles. Want werden die ongevallen veroorzaakt door het product óf door het onjuiste gebruik van het product? Als je van de keukentrap valt, kan dat liggen aan een gammele constructie van de trap, of aan een onhandige manoeuvre of slecht lezen van de veiligheidsinstructie. Verder is gekeken of producten voldoen aan wettelijke eisen, bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen en naar de signalen (meldingen en klachten) die de NVWA ontvangt.

Een paar trends en de gevolgen voor de NVWA

  • Steeds meer handel vindt plaats via internet. Webshops die het niet zo nauw nemen met de veiligheid van hun producten kunnen makkelijker ontsnappen aan toezicht dan fysieke winkels.
  • Consumenten kunnen steeds meer beschikken over professionele apparaten en producten, hetzij door aankoop of door huur. Denk bijvoorbeeld aan doe-het-zelfapparaten. Deze apparaten hebben meestal hogere vermogens, zijn zwaarder en vragen ervaring en kennis bij het gebruik en de omstandigheden waarin het gebruik plaats moet vinden. Ze zijn daarom voor een consument relatief risicovol.
  • Nieuwe consumentenproducten kunnen mogelijk nog niet geïdentificeerde gezondheidsgevaren bevatten. Voorbeelden daarvan zijn 3D-printers, drones, robotica/domotica en smart textiles, maar ook de toepassing van nanotechnologie in bijvoorbeeld cosmetische producten.