Bestrijding van fraude met mest vereist veel opsporing

Er is geen land in Europa waar zo veel dierlijke mest per hectare geproduceerd wordt als Nederland. Gebruik van te veel mest vervuilt bodem en grondwater. Het afvoeren van de overbodige mest is duur. De NVWA ziet toe op de regels voor het transport, het verwerken en het gebruik van mest. Om de kosten voor mestafzet te drukken zijn er bedrijven die frauderen met deze regels, met milieuschade tot gevolg.

Vorig jaar is binnen de NVWA kennis en kracht gebundeld om fraude beter aan te pakken met de oprichting van het Fraude Expertise Knooppunt (FEK). Fraude speelt niet alleen bij mest maar komt ook voor bij onder andere voedsel, diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen. Bij het knooppunt komt expertise bij elkaar van recherche, toezicht en juristen. Samen bedenken zij hoe de fraude het slimst kan worden bestreden en met welke instrumenten. Jan Clevering is een van de betrokkenen. Als ervaren rechercheur deelt hij zijn opsporingskennis, bijvoorbeeld door coaching van de toezichtinspecteurs (BOA's) die de fraudeprojecten oppakken.

Zo’n expertiseknooppunt heeft z'n nut al bewezen. In 2016 zijn 12 verschillende casussen opgepakt waar sprake was van fraude. Een daarvan ging over fraude met meststoffen.

Zo ingewikkeld als de mestwetgeving is, zo ingewikkeld is de fraude. Opsporing vergt minutieus onderzoek in boekhoudingen van boeren, tussenpersonen, bemiddelaars en accountants.

"Toen 2 jaar geleden het melkquotum werd afgeschaft en boeren ongelimiteerd hun veestapel lieten groeien, ontstonden er problemen. Boeren bezitten namelijk niet genoeg grond om die extra mest kwijt te kunnen." Dit was een sterke prikkel om de regels niet na te leven.

Informatierechercheur Jan Clevering doet bij de NVWA al jaren onderzoek naar fraude. Hij heeft vroeger bij de politie gewerkt. Dat komt hem in dit werk goed van pas. "Op een gegeven moment is het het beste om de boer te confronteren met bewijsstukken. Dat doe ik het liefst aan zijn keukentafel, in een voor hem vertrouwde omgeving, en dan zorgen dat de feiten op tafel komen. Daar komt veel tactiek en mensenkennis bij kijken. Als er een stilte valt, moet je niet meteen gaan praten. Laat er maar een stilte vallen. Vaak blijkt dat de boer niet zelf de fraudeconstructie heeft bedacht. Via zo’n getuigenis komen we op het spoor van wat wij de ‘intellectuele dader’ noemen: de spin in het web. De boer is in overtreding, maar ook een tragische persoon die steeds verder in een fraudezaak wordt meegesleurd. Ik heb meegemaakt dat een boer opgelucht was dat hij een bekentenis kon doen."

Uit het onderzoek naar de fraude blijkt dat op 30 bedrijven is vastgesteld dat, om geen mest te hoeven afvoeren, gronden zijn opgevoerd die niet bij het bedrijf in gebruik zijn. Hiermee overschreden deze bedrijven de gebruiksnormen. Zij worden daarvoor aangeslagen voor een bedrag van 3,5 miljoen euro.

"De boekhouding klopt op papier maar strookt niet met de werkelijkheid"

De 2 inspecteurs Frans de Jonge en Jilt Nicolai zijn sterk betrokken bij de handhaving van de mestregels. "Het te veel aan mest op het bedrijf moet worden verwerkt of afgevoerd naar andere boeren die nog ruimte hebben om de mest uit te rijden. Maar dat kost geld en sommige boeren zoeken naar mogelijkheden om die kosten te besparen. Dat gebeurt vaak door fictieve afzet; de mest blijft dan feitelijk bij de boer en de boer voert alleen op papier de mest af. De boer wil de mest graag houden, want dan groeit zijn gras harder. Het bezwaar is dat hij zijn grond dan overbemest, en daarmee het oppervlaktewater verontreinigt. De mineralenboekhouding van de boer klopt op papier, maar strookt niet met de werkelijkheid."

Het handhaven van de Meststoffenwet is niet eenvoudig, vertellen de 2 inspecteurs. De regels zijn uitgebreid en ingewikkeld. Het is bijzonder lastig om vast te stellen dat er sprake is van fraude. We komen bij onderzoeken vaak tegen dat de boekhouding op papier kloppend is gemaakt. En daarmee is de fraude verborgen.

Samenwerken en bundelen van kracht en kennis heeft grote voordelen. Bijvoorbeeld omdat gespecialiseerde informatierechercheurs, zoals Jan, uitpluizen hoe de fraude mogelijk wordt gepleegd – de 'modus operandi'. "Dan kunnen wij gerichter naar bewijs zoeken".

Meer weten over de effecten van de meststoffenwet in de praktijk? Lees dan het syntheserapport Evaluatie Meststoffenwet 2016 van het Planbureau voor de Leefomgeving.