In 2016 werden 19 bedrijven geruimd waarvan 10 preventief. 717.000 dieren werden gedood (vooral kippen).

Virus H5N8? Groot alarm bij de NVWA!

Toen begin november 2016 bij een kuifeend aan de rand van de Gouwzee het vogelgriepvirus H5N8 werd aangetroffen, gingen bij de NVWA direct de alarmbellen af. Want dat virus staat te boek als zeer besmettelijk.

Nederland heeft een hoge concentratie aan veebedrijven. Als er ergens een virus is geconstateerd, is het zaak om snel in actie te komen. Vandaar dat de NVWA voor de bestrijding van besmettelijke dierziektes een aparte crisisorganisatie heeft. Arco van der Spek is teamleider van dit crisisteam.

Over de melding van begin november waren Van der Spek en zijn collega's niet verrast. Door connecties met buitenlandse zusterorganisaties waren ze al op de hoogte van een naderend gevaar dat hoogstwaarschijnlijk via trekvogels verspreid werd.

Het eerste pluimveebedrijf waar het virus werd vastgesteld lag in Biddinghuizen – gelukkig geen pluimvee-intensief gebied. Direct werden de eerste maatregelen van kracht: ruiming van het bedrijf, ruiming van alle pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer, verscherpte controles in een straal van 3 kilometer en in een straal van 10 kilometer een verbod op vervoer van pluimvee.

Pluimvee dat het virus draagt, wordt sloom en benauwd en gaat vaak zeer snel dood. Er zijn geen aanwijzingen dat mensen besmet kunnen raken van deze variant.

Bij zo'n uitbraak van het H5N8-virus gaan er bij het crisisteam direct alarmbellen af. Van paniek is geen sprake, vertelt Arco van der Spek. "We weten precies wat ons te doen staat. Er liggen draaiboeken klaar. Daarin staat bijvoorbeeld welke contractpartijen een seintje van ons moeten krijgen. Denk aan vergassingsspecialisten, monsternemers, douchewagens en ontsmettingsunits. Die contractpartijen staan 24 uur, 7 dagen in de week paraat. Als het nodig is, kunnen we ook de lokale GGD inschakelen. Die zorgt voor het verstrekken van virusremmende middelen aan de personen die bij de ruiming betrokken zijn. De getroffen veehouder krijgt ook heel wat voor de kiezen. Als wij signalen zien dat er bijstand nodig is, melden we dat aan de GGD."

Bij de bestrijding van een dierziekte is het ook van belang om nauwkeurig te traceren waar en hoe het virus zich verspreid heeft. Met welke andere bedrijven heeft de besmette pluimveehouder contact gehad? Denk bijvoorbeeld aan een gemeenschappelijke diervoederleveranciers. Via de banden van een vrachtwagen kan een drager van het virus (mest bijvoorbeeld) verspreid worden.

Van der Spek: "Pluimveebedrijven zien het nut van onze maatregelen in. Door hun exportbelangen is het zaak om het risicogebied zo veel mogelijk in te dammen."

Dat is in 2016 goed gelukt. Er zijn geen aanwijzingen dat bedrijven elkaar hebben besmet.

Wat doet dit team als er geen crisis is? "Zoals de brandweer in brandvrije periodes het blusmateriaal controleert en oefeningen doet, zo houden wij onze draaiboeken kritisch tegen het licht. Wat ging er bij de laatste crisis goed, wat kan er beter?"

Ook om een andere reden zit het team niet om werk verlegen: jaarlijks krijgt het zo'n 1.100 meldingen binnen van mogelijke dierziekten. In de wet staat welke dierziekten meldingsplichtig zijn. Veehouders, dierenartsen en laboratoria weten dat. Al die meldingen moeten onderzocht worden.

Het crisisteam van de NVWA wordt ook betrokken bij het vormen van het beleid door de collega's van het ministerie van Economische Zaken (EZ). Hierbij worden ook de adviezen van virusdeskundigen en epidemiologen meegenomen. De Europese richtlijnen geven de minimale maatregelen aan die een lidstaat moet nemen bij uitbraken van milde en zeer besmettelijke vogelgriep. Als individueel land kun je die maatregelen verzwaren. Zo ruimen we in Nederland ook de pluimveebedrijven die in de 1km-cirkel rond een bedrijf liggen, waar een zeer besmettelijke vogelgriep is vastgesteld. Risico-afweging speelt hierbij een grote rol. Hoe hoog is de kans dat de griep zich tussen bedrijven kan verspreiden? Weegt het risico daarop op tegen een drastische maatregel als de preventieve ruiming van alle 'gezonde' bedrijven in de 1km-zone?

"Contact leggen met de getroffen veehouder is essentieel"

Het ruimen van een met vogelgriep besmet pluimveebedrijf is een vervelende en ingrijpende klus. En toch moet het gebeuren. NVWA-inspecteur Leon Pouwels vertelt hoe hij dat aanpakt.

"De meest diervriendelijke manier om een pluimveebedrijf te ruimen is door middel van vergassing. De stal wordt zorgvuldig dichtgeplakt. Ventilatieroosters, kieren rondom de deuren – alles. Vervolgens blazen we CO2 in de stal. Dat gas verdringt de zuurstof. De kippen raken versuft en gaan zonder pijn dood. Soms lukt het niet om een stal dicht te plakken. Dan moeten we de kippen levend uit de stal halen en buiten in 'big bags' (met CO2) stoppen. Dat is een minder vriendelijke methode, want dat levert stress op bij de dieren. Je moet ze vangen en in een zak stoppen", zegt Leon Pouwels inspecteur en dierenarts bij de NVWA.

Leon Pouwels geeft leiding aan de operatie op zo'n bedrijf. Daar zijn vaak meer dan 30 mensen bij betrokken. Naast het vergassen en ruimen, moet de stal zorgvuldig gereinigd en ontsmet worden.

Voor de betrokken ondernemer is ruiming van zijn bedrijf een heftige aangelegenheid. Weliswaar krijgt hij een vergoeding uit een fonds, maar feit blijft dat zijn stal van de ene op de andere dag leeg en levenloos is.

Leon Pouwels is de brenger van de boodschap. "Dat is niet makkelijk. Ik probeer aansluiting te vinden bij het gevoel van de veehouder, zijn gezin en de medewerkers. Rationeel zijn de veehouders overtuigd van de noodzaak van ruiming. Maar je ziet op hun gezichten de teleurstelling. Dat eerste contact is heel belangrijk. Ik probeer duidelijk te zijn over onze aanpak. Als er dingen zijn waar ze niet tevreden over zijn, moeten ze me meteen daarop aanspreken, vertel ik ze."

Onlangs is Pouwels nog eens bij de geruimde bedrijven langs geweest. "Ze bedankten me voor onze zorgvuldige aanpak."